|
Instructions
for use of this website
Introduction
Introduction
to the project
Identifying
key issues
Understanding
Greenspace Planning
The
Aim
The
Methodology
No
easy solution
1960s high-rise - the
problems
1960s
high density housing estates - a problem
Greenspace
in the 1960s
The
failure of the 1960s built form
The
Compact City
Instructions
for use of this website
Introduction
Startnotitie
- the remit
Introduction
to the project
Identifying
key issues
Understanding
Greenspace Planning
The
Aim
The
Methodology
No
easy solution
1960s high-rise - the
problems
1960s
high density housing estates - a problem
Greenspace
in the 1960s
The
failure of the 1960s built form
The
Compact City
Instructions
for use of this website
Introduction
Startnotitie
- the remit
Introduction
to the project
Identifying
key issues
Understanding
Greenspace Planning
The
Aim
The
Methodology
No
easy solution
1960s high-rise - the
problems
1960s
high density housing estates - a problem
Greenspace
in the 1960s
The
failure of the 1960s built form
The
Compact City
Instructions
for use of this website
Introduction
Startnotitie
- the remit
Introduction
to the project
Identifying
key issues
Understanding
Greenspace Planning
The
Aim
The
Methodology
No
easy solution
1960s high-rise - the
problems
1960s
high density housing estates - a problem
Greenspace
in the 1960s
The
failure of the 1960s built form
The
Compact City
Instructions
for use of this website
Introduction
Startnotitie
- the remit
Introduction
to the project
Identifying
key issues
Understanding
Greenspace Planning
The
Aim
The
Methodology
No
easy solution
1960s high-rise - the
problems
1960s
high density housing estates - a problem
Greenspace
in the 1960s
The
failure of the 1960s built form
The
Compact City
Instructions
for use of this website
Introduction
Startnotitie
- the remit
Introduction
to the project
Identifying
key issues
Understanding
Greenspace Planning
The
Aim
The
Methodology
No
easy solution
1960s high-rise - the
problems
1960s
high density housing estates - a problem
Greenspace
in the 1960s
The
failure of the 1960s built form
The
Compact City
Instructions
for use of this website
Introduction
Startnotitie
- the remit
Introduction
to the project
Identifying
key issues
Understanding
Greenspace Planning
The
Aim
The
Methodology
No
easy solution
1960s high-rise - the
problems
1960s
high density housing estates - a problem
Greenspace
in the 1960s
The
failure of the 1960s built form
The
Compact City
|
Utrecht City - Startnotitie
- Groenplan Overvecht
Click a sub-section
in the above list
|
1. Doel van
het project:
|
Inleiding:Verschillende
gemeentelijke diensten (DSO, DSB, DMO, DWS/WBOV) en
het Rijk (ISV) willen van 2001 tot en met 2004 fors
gaan investeren in het openbaar groen in Overvecht.
Door het bundelen van de investeringen kan de
kwaliteit van het groen groter worden dan de som
der delen.Deze partijen hebben allen de behoefte
aan een integrale kijk met betrekking op de
functies, de ontwikkeling en het beheer van het
openbaar groen. Door het optimaal inzetten van de
groeninvesteringen in Overvecht kan de recreatieve
gebruikswaarde, maar ook de ecologische kwaliteit
en het beheer verbeterd worden. Wensen, behoeften
en mogelijkheden van gebruikers, de centrale
diensten en beheerders kunnen op elkaar afgestemd
worden.Tot nu toe ontbreekt er voor deze groene
investeringen één afstemmingskader
voor de in te zetten financiële middelen. Ook
ontbreekt nog een samenhangende totale planning en
programmering van groenprojecten in
Overvecht.Doel:Het opstellen van een "Groenplan
Overvecht" als één van de
onderleggers voor het Wijkontwikkelingsprogramma
(WOP) Overvecht om:- een kader te scheppen voor de
groeninvesteringen in de wijk Overvecht,- de
bestaande en de te ontwikkelen groenprojecten in
Overvecht in tijd en geld te kunnen programmeren, -
deze groenprojecten te kunnen opvoeren voor
financiering uit bestaande middelen en/of subsidies
van derden,- de groenprojecten te kunnen afstemmen
met de andere projecten uit het Wijkprogramma, het
Wijkontwikkelingsprogramma, het gemeentelijk beleid
voor de buitenruimte (DSB), - door een
participatietraject in te gaan draagvlak te vinden
voor de groenprojecten bij de bewoners van
OvervechtOmschrijving inhoud:* Een visie op het
groen in Overvecht voor de periode 2000 - 2010 met
zo mogelijk een doorkijk naar de periode tot 2030:-
een beschrijving van de groene elementen in
Overvecht met de gebruiksfuncties, de ecologische
functies en de beeldende rol van de elementen,- een
beschrijving van het gewenste ecologisch netwerk in
Overvecht en de relatie tussen de wijk en het
buitengebied,- een beschrijving van de gewenste
recreatieve elementen, speel- en andere
voorzieningen in het groen, * Een behoefteraming
met een globaal inzicht in de kosten voor de
gewenste groene projecten in de wijk:- inhoud en
doel van de voorgestelde projecten,-
financieringsvoorstellen voor de projecten tot
2005,- beschrijving van het gewenste beheersniveau,
inclusief een globale schatting van de
beheerskosten.* Een concept-programmering 2001 -
2005, waarin de gewenste projecten geprioriteerd
zijn aan de hand van de criteria en beschikbaarheid
van de financiële middelen en de gemeentelijke
prioriteit in relatie met projecten uit andere
beleidsvelden.* De uitkomst van het
participatietraject.Begrenzing gebied:Het
plangebied wordt begrensd door de N230 (Karl
Marxdreef / Albert Schweitzerdreef) - Darwindreef -
spoorlijn Utrecht/Amersfoort - Vecht (excl.
Hoogstraat / Rioolwaterzuivering) - Franciscusdreef
. Wel zal de relatie met het omliggende gebied
onderdeel moeten zijn van de studie (Noorderpark,
Fort Blauwkapel, Rioolwaterzuivering,
Bedrijventerrein, Polder Buitenweg).
Click
to return to Startnotitie
Menu
|
|
2.
Huidige omstandigheden:
|
In de jaren 2001 tot en met 2004
zal er door een aantal partijen fors
geïnvesteerd worden in het groen in Overvecht.
Er is ca. 13,4 miljoen gulden voor groen en parken
in Overvecht beschikbaar. Het beoogde groenplan zal
de samenhang dienen te brengen in deze
investeringen en een kader moeten vormen voor nog
te maken (bestuurlijke) keuzen hierin.
|
|
3.
Projectvoorstel:
|
Voorgesteld wordt in te stemmen
met:- het maken van een integraal groenplan voor
Overvecht,- de kosten van NLG 200.000 voor te laten
financieren uit middelen van de afdeling Milieu en
Duurzaamheid / DSO. Nadat de investeringsmiddelen
beschikbaar zijn deze plankosten naar rato te
verdelen over de investeringsmiddelen.
Click
to return to Startnotitie
Menu
|
|
4. Relatie
met huidig beleid:
|
Voor het groenplan zal gebruik
gemaakt worden van de reeds door de wijk en
stedelijk verrichte studies, zoals:
1. Het Wijkontwikkelingsplan
Overvecht (WOP).
In 1999 is door de wijk het resultaat van
verkennend onderzoek, inventarisaties en gesprekken
met vele betrokkenen ten behoeve van een op te
stellen Wijkontwikkelingsplan Overvecht neergelegd
in een rapport "De oogst van materiaalverkenning
over de kansen, bedreigingen en ideeën voor de
toekomst van Overvecht". Het groen in Overvecht
wordt daarin omschreven als relatief saai. Het
groen van de parken behoeft aanpak. Delen zijn
versleten en er is sprake van te drassige stukken.
De gebruikers klagen over de gebruikskwaliteit. Ook
is er de wens voor meer mogelijkheden voor
informele sportbeoefening (zoals trapveldjes en jeu
des boules). In het algemeen is de wens het groen
opener, zichtbaarder, opvallender en gevarieerder
te maken. Bovendien wordt verlangd dat het groen
meer onderling wordt verbonden en een betere
aansluiting op het buitengebied krijgt. Bewoners
willen meer betrokkenheid bij de herinrichting van
het groen. Er bestaat bij hen een wens tot het
gebruik van delen van het openbaar groen in de vorm
van bijvoorbeeld volkstuintjes. Dit wordt mede
veroorzaakt door het ontbreken van privé
groen in de wijk.De groenwaarden van de forten
dienen beter benut te worden ten behoeve van de
wijk.Park de watertoren en park de Gagel worden
doorkruist door wegen zodat deze parken in de
beleving niet een geheel vormen.
2. Programma Park de
Gagel
Bij de vaststelling van de aanpak
Wijkontwikkelingsprogramma door het gemeentebestuur
(voorjaar 2000) is het park de Gagel als een van de
actiegebieden voor de eerste tranche aangewezen.
Daarbij is besloten om de groene, recreatieve kant
van dit park op te waarderen. Het gaat om meer
differentiatie van het groen, goed meubilair en het
toevoegen van levendigheid in de vorm van
bijvoorbeeld een theehuis of restaurant, een
muziektent en sloop- nieuwbouw van de
stadsboerderij en bouwspeeltuin (uitbreiding tot
kindercluster: uitbreiding kinderopvang), het wel /
niet opnieuw vorm geven van de Carnegiedreef. Voor
de uitwerking van het programma voor dit
actiegebied wordt een programmateam gevormd, dat in
2001 met programmavoorstellen zal komen. Onderzocht
zal worden op welke wijze dit onderdeel versneld
kan worden aangepakt.
3. De Kadernota Stadsnatuur
en de stedelijke groenprogrammering.
De gemeentelijke investeringen in het groen door de
diensten DSO, DSB en DMO zijn beleidsmatig
vastgesteld door de raad in de Kadernota
Stadsnatuur (1998) en worden jaarlijks vastgesteld
in het Meerjarenprogramma Openbaar Groenprojecten.
Vanuit de kadernota stadsnatuur (1998) is er de
behoefte in de periode 2001-2005 de parken in
Overvecht te versterken en de ecologische
infrastructuur van de wijk te verstevigen.
4. De Vechtoevers
Voor de Vechtoevers is onlangs een
planidentificatie opgesteld. Aan de Zuilense kant
worden deze plannen omgezet in concrete projecten
in het kader van het WOP Zuilen. De noordelijke
Vechtoever aan de Overvechtse zijde (Vechtzoom park
en Fort de Klop) zullen onderdeel worden van het op
te stellen groenplan Overvecht. De bestaande
identificatie vormt hiervoor de input.
5. Oevers Klopvaart
Samen met de Provincie en de regionale directie van
rijkswaterstaat is een studie gemaakt van
knelpunten in de groene natuurverbindingen tussen
de stad en het buitengebied. Op grond daarvan zal
aan B&W en Gedeputeerde Staten worden
voorgesteld de verbinding tussen Vecht en
buitengebied via de Klopvaart gezamenlijk aan te
pakken.Voor de Klopvaart is het beheer van de daar
aanwezige bomen in de afgelopen jaren een bron van
tegengestelde opvattingen geweest. De DSB zal
binnenkort een nieuw beheersplan voor de bomen
langs de Klopvaart opstellen.
6. ISV
Vanuit het ISV is er de behoefte in de periode
2001-2004 de groene verbindingen tussen de Vecht en
het Noorderpark in twee fasen te versterken. In
fase 1 staat het accent op de natuurkwaliteit en de
recreatieve verbindingen. In fase 2 zal het accent
op de voorzieningen liggen.Binnen de rijksmiddelen
van de ISV is een bedrag van 2 miljoen geoormerkt
voor 3 groene verbindingen door Overvecht, te
weten: - de Klopvaart; - Vechtoever-buitengebied
via park de Gagel; - Vechtoever-buitengebied via
park de Watertoren.
7. DSB / Beleid
Buitenruimte
DSB/BBR stelt zich op het standpunt, dat in de
uitwerking de consequenties voor het onderhoud van
de openbare ruimte niet de huidige daarvoor
beschikbare middelen mag overstijgen.
Click
to return to Startnotitie
Menu
|
|
5.
(On)mogelijkheden, kansen en
risico's:
|
Het groenplan biedt diverse
kansen: het groenplan maakt een gebundelde,
samenhangende inspanning mogelijk ten behoeve van
de groenkwaliteit van Overvecht. Aangezien het
groen in de wijk bij bewoners centraal staat in de
beleving, biedt het groenplan bij uitstek een kans
om - in het verlengde van het WOP - ook een impuls
te geven aan een verbeterde toekomstverwachting.
Het maken van het plan is gecompliceerd door de
volgende elementen:- er zijn verschillende
financiële bronnen (en opdrachtgevers) met
verschillende criteria voor de groenprojecten,
waarbij er onderling relaties zijn (bijvoorbeeld de
UNA-gelden als 'counter'-financieringsbron in het
ISV).- tussen de verschillende opdrachtgevers en
gebruikers van het groen kan een
belangentegenstelling aanwezig zijn (bijv. de
spanning tussen gebruiksgroen en ecologisch groen).
Een door alle partijen gedragen visie op groen in
Overvecht is nog niet beschikbaar.
Click
to return to Startnotitie
Menu
|
|
6.
Financiering van het project:
|
Investeringsmiddelen:
De beschikbare
investeringsmiddelen komen uit drie verschillende
fondsen:
1. De kadernota Stadsnatuur
en de stedelijke groenprogrammering.
De gemeentelijke investeringen in het groen door de
diensten DSO, DSB en DMO zijn beleidsmatig
vastgesteld door de raad in de Kadernota
Stadsnatuur (1998) en worden jaarlijks vastgesteld
in het Meerjarenprogramma Openbaar Groenprojecten.
Voor de periode 2000-2003 worden daarin 3,9 mln.
NGL. aan investeringen in Parken en groene
elementen in de wijk Overvecht voorzien met een
accent op natuur. In de IP is er voor het Beleid
Buitenruimte (BBR) 3,8 miljoen opgenomen. Vanuit de
DSO 'Groene Web' is er fl. 100.000,--
gereserveerd.
2. De UNA gelden
Uit de extra financiële middelen in de
gemeentelijke Investeringsplanning, die ter
beschikking kwamen door de verkoop van de UNA, is 7
miljoen NGL vrijgemaakt voor de Parken in
Overvecht. Hiervan zal 2,4 miljoen tevens aangewend
worden in Overvecht als de gemeentelijke
tegenfinanciering voor het in het ISV beschreven
groenprogramma (Overvecht en
Maarschalkerweerd).
3. De aanpak van de
hoofdgroenstructuur in het kader van het ISV (min.
van VROM en LNV)
Binnen de rijksmiddelen van het ISV is een bedrag
van 2 miljoen geoormerkt voor 3 groene verbindingen
door Overvecht.
Samengevat zijn de middelen die
beschikbaar komen / zijn voor groen en parken in
Overvecht de volgende:
- Groenprogrammering 3,9 miljoen
NGL
(Stad en Natuuroverleg: 3,8 mln DSB/BBR
en 0,1 mln. DSO/M&D)
- Grijze elementen in het groen (schatting) ca. 0,5
miljoen NGL
- Parken Overvecht (UNA / IP) 7,0 miljoen NGL
- Toegekende subsidie ( ISV) 2,0 miljoen NGL +
TOTAAL ca. 13,4 miljoen NLG
Plankosten:
Voor het plan wordt een
taakstellend budget ter beschikking gesteld van NGL
200.000. De plankosten worden als voorfinanciering
gedekt uit de middelen van de DSO/M&D. De
plankosten zullen achteraf naar rato worden
verdeeld over de investeringsmiddelen (zie
bijlage).
Deelkosten:
- Kosten projectgroep NLG 150.000
- Kosten participatie / communicatie NLG 20.000 -
Overige (drukkosten e.d.) NLG 30.000 + TOTAAL NLG
200.000
Van groot belang is dat in
het Groenplan een voorstel zal worden opgenomen om
- ondanks de verschillende financieringsbronnen -
het groenprogramma eenduidig aan te
sturen.
Click
to return to Startnotitie
Menu
|
|
7.
Communicatie en inspraak:
|
Bij het maken van het plan wordt
op actieve wijze de betrokkenheid van de inwoners
van de wijk Overvecht (zoals via het Platform
Overvecht) en stadsgebonden groengroeperingen
gezocht. De visie en het programma / de
deelprojecten worden besproken met de wijk. Daartoe
zullen in het plan van aanpak in ieder geval
werkgroepen met inwoners en vertegenwoordigers van
belanghebbenden worden opgenomen rondom de volgende
gebieden: Park de Gagel, park de Watertoren,
Klopvaart, Verbindingzones door de wijk. Waar
mogelijk zal echter in plaats van een werkgroep
worden gebruikt gemaakt van werkgroepen en/of
bijeenkomsten in het kader van het WOP.Het platform
van groengroepen in de stad (PLU) heeft een project
integrale groenplannen bij het college van B&W
ingediend. Het doel van dat project is het in
samenwerking met de gemeente opstellen van een
integraal groen inrichtingsplan en beheersplan. Het
groenplan Overvecht zal in overleg met het PLU een
aanbeveling doen, welke van de na vaststelling van
het groenplan uit te voeren deelprojecten in
aanmerking komt als PLU project. Voorwaarde hierbij
is dat het college van B&W instemt met het
project van het PLU en de daarbij behorende
financiering.
Click
to return to Startnotitie
Menu
|
|
8.
Projectorganisatie en procesgang:
|
Het Groenplan Overvecht zal in
opdracht van het Wijkmanagementoverleg Overvecht,
in casu de voorzitter (de wijkmanager Overvecht),
opgesteld worden.Bestuurlijke terugkoppeling
verloopt via het WMO.De wijkmanager delegeert het
opdrachtgeverschap via de accountmanager DSO aan de
afdeling Milieu en Duurzaamheid. Er wordt door
M&D een projectleider en projectgroep
aangesteld. Om het groenplan te laten maken wordt
gebruik gemaakt van externe deskundigheid.Om een
goede afstemming met de werkzaamheden van het
programmateam Park de Gagel te garanderen zal
vanuit het wijkbureau de programmamanager Park de
Gagel deelnemen aan deze projectgroep.Overige
deelnemers aan de projectgroep zijn:- DWS / WBOV
(voor het participatietraject)- DSO / Milieu en
Duurzaamheid,- DSO / Stedenbouw en Monumenten,- DSB
/ Beleid Buitenruimte,- DMO / Sport en
recreatie.Van de projectgroep worden de volgende
deelprodukten verwacht:- Plan van aanpak-
Communicatie en participatieplan- Groenplan-
Rapportage aan bestuurDe projectleider zal de
contacten onderhouden met derden, zoals:- de
regionale directie van het Min. van LNV, de
provincie Utrecht, het waterschap De Stichtse
Rijnlanden en de voorzitter van het Natuur en Stad
overleg.Planning: Het Groenplan Overvecht zou medio
2001 gereed kunnen zijn. Start uitvoering vanaf 2e
helft 2001.
|
|
9. De
volgende fase:
|
Nadat deze Startnotitie is
geaccordeerd zal het Groenplan Overvecht worden
opgesteld. Daadwerkelijke uitvoering van projecten
zal per deelproject plaatsvinden in de periode 2001
- 2005.Daarna zal in een 2e fase aan de uitwerking
van deelprojecten begonnen worden. Daartoe zullen
programma's van eisen, (schets-)ontwerpen,
toetsingen en (concept-)bestekken gemaakt worden.
(vanaf najaar 2001)Vervolgens zal in de 3e fase de
daadwerkelijke uitvoering van projecten,
voortvloeiende uit het op te stellen groenplan, per
deelproject plaatsvinden in de periode vanaf najaar
2001 - 2005.
Click
to return to Startnotitie
Menu
|
BIJLAGE
|
Dekkingsbron
|
Investeringsmiddelen
(gulden)
|
Bijdrage plankosten
|
|
- Groenprogrammering
DSB/BBR
|
3,8 mln (29%)
|
fl. 58.000,--
|
|
- DSO/M&D
|
0,1 mln. (1%)
|
fl. 2.000,--
|
|
Parken Overvecht (UNA / IP)
DWS
|
7,0 mln.(54%)
|
fl. 108.000,--
|
|
Toegekende subsidie ( ISV)
|
2,0 mln. (16%)
|
fl. 32.000,--
|
|
TOTAAL
|
12.9 mln. (100%)
|
fl. 200.000,--
|
Click to
return to Startnotitie
Menu
10 March 2001
|
|